Het blijft bijzonder. Zelf een dier ontdoen van zijn jasje, ingewanden verwijderen en het vlees verdelen – zodat je hem uiteindelijk op tafel kunt zetten om op te eten. Wanneer je mensen vertelt dat je een hert gaat uitbenen of een haas gaat villen, word je in veel gevallen vies aangekeken en wordt er gevraagd: “Waarom zou je dat willen?”. Zelf vind ik dat wanneer je vlees eet, het ook goed is om de minder florissante werkzaamheden die daaraan vooraf gaan, eens zelf uit te voeren.

Daar begon ik vorig jaar mee in Zweden, tijdens het Wateetons Wilde Weekend. Het weekend draait om het verwerken van een damhert van kop tot staart; een heel weekend (buiten)koken, roken, drank/fikkies stoken. De reis boekte ik na twaalf jaar vegetarisch te hebben gegeten – daar haalde ik zelfs de krant mee. Vlak na aankomst haalden we het pas geschoten damhert op. Dat was toch even slikken, bij het zien van zijn grote glanzende ogen, lange wimpers en het voelen van de warme vacht. Hij kreeg zelfs een naam – Henk.

Van levend wezen naar consumptieproduct – daar zit een heel proces tussen waar de meeste mensen liever niets van willen weten. Toch hoort het erbij. Wanneer het beestje van zijn dierlijke kenmerken ontdaan is, is het opeens vlees of vis geworden, een eetbaar product. Dan denken we niet meer aan de schattige ogen, maar aan hoe lekker het smaakt. Een wonderlijke transitie. Als je zelf het tussenliggende proces meemaakt, denk je wèl aan Henk. Waar hij gelopen heeft in de Zweedse bossen. Dat hij zijn leven voor ons gegeven heeft, en dat we een heel weekend hebben kunnen koken en eten, dankzij Henk.

Als je een dier van begin tot eind verwerkt, smaakt het echt tienmaal lekkerder. Zonder in clichés te vervallen; je waardeert het meer, het is leuk om te doen, met meer respect voor het dier en we eten er meteen minder van. Het lijkt mij fantastisch om alleen op deze manier vlees en vis te eten. Thuis eet ik het nauwelijks, maar op mijn opleiding tot zelfstandig werkend kok geniet ik na twee uur heerlijk hard werken in de keuken van zelfbereide wilde haas, fazant en eend. Stuk voor stuk speciale herinneringen, in plaats van maaltijden.

De Thaise keuken is een van mijn favoriete keukens. Fantastische smaken, gebruik van veel verse ingrediënten en zeer geschikt als je vegetarisch wilt eten. Als je in Thailand bent, kan je vaak gemakkelijk aangeven hoe je je eten precies wilt hebben omdat alles vers wordt bereid. Veel of weinig pepers, wel of geen vlees of vis. Zo wordt bijvoorbeeld de currypasta voor je curry vers gemaakt en afgestemd op je wensen.

Qua bereiding is de Thaise keuken een vrij eenvoudige keuken. Als je zorgt dat je alle smaakmakers klaar hebt staan en je groenten gesneden, dan zit je in no-time aan tafel. Qua smaken vind ik het juist moeilijk de echte Thaise smaak te benaderen. Naar mijn idee luisteren de hoeveelheden van de ingrediënten in de Thaise keuken heel nauw. Een goed Thais recept nauwkeurig volgen is de truc. Iets wat ik bij andere keukens nooit doe. Ik geef altijd mijn eigen draai aan een gerecht.

Toch is de echte Thaise smaak ook heel persoonlijk. In Thailand heb je daarvoor een heel handig ‘smaken-rekje’ op tafel staan. Vier glaasjes gevuld met gedroogde pepersnippers, azijn met pepers, suiker en vissaus. Helaas heb ik de rekjes in Nederland nog nooit gezien. Zelf vind ik het pittige van de pepers en het zure van limoensap (mits gebruikt in het recept) heel lekker en voeg dat dan ook toe.

Groenten zijn voor mij bijna altijd het uitgangspunt van een gerecht. Ik haal een hoop verschillende groenten in huis en kijk thuis lekker wat ik ga koken. Gister bedacht ik dit lekkere vegetarische Thaise recept. Bij de smaak ervan droom ik weg naar Thailand… Ook heerlijk als lunch!

De Thaise smaken in een restaurantje in Bangkok, Thailand.

Recept Thaise mie / mihoen
vegetarisch & veganistisch
Voor 2 personen

Ingrediënten
90 gram (Thaise) mihoen (rijstvermicelli)
3 el olie naar keuze (bijv arachideolie of zonnebloemolie)
1 ui, gesnipperd
1 rode peper, gesnipperd
125 gram champignons, in plakjes
½ rode paprika, in stukjes
3 stengels bleekselderij, in stukjes
100 gram groene kool (savooiekool), in hele fijne reepjes
3 el Thaise of Japanse zoute sojasaus (bijv. Kikkoman)
2 el limoensap + naar smaak
1 el gembersaus
200 ml water
ca. 150 gram ongezouten pinda’s
150 gram sugar snaps
2 tenen knoflook, fijngeperst of fijngesneden
1 tl bruine basterdsuiker of palmsuiker
eventueel partjes limoen

Bereiding
1. Week de mihoen in een pan met ruim koud water. Na 10 minuten weken zet je het vuur aan tot het water kookt. Zet het vuur laag en controleer na 3-4 minuten of de mihoen gaar is. Giet de mihoen af en laat deze afkoelen in koud water zodat deze niet verder doorgaart.

2. Verwarm 2 el van de olie in een wok of grote koekenpan en fruit zachtjes de ui en de rode peper tot de ui glazig ziet.

3. Voeg de champignons toe en bak 2 minuten mee. Voeg dan de paprika, bleekselderij en kool toe en bak 2 minuten mee op hoog vuur, roer goed.

4. Voeg 2 el van de sojasaus, 1 el van het limoensap en de gembersaus toe en roer/warm even goed door. Na 1 minuut voeg je de 200 ml water toe. Laat het geheel pruttelen op halfhoog vuur tot het water verdampt is en de kool gaar.

5. Voeg een flinke hand pinda’s en de sugar snaps toe en laat deze nog even mee garen. Houdt de sugar snaps een beetje knapperig.

6. Fruit de knoflook in 1 el olie op laag vuur in een aparte koekenpan voor ongeveer 1 minuut, zorg dat deze niet bruin kleurt. Voeg de knoflook samen met de bruine suiker en het overgebleven limoensap toe aan de groente en roer goed.

7. Giet de mihoen nogmaals af, voeg deze toe aan de groenten en breng op smaak met de overgebleven sojasaus. Meng de mihoen voorzichtig met een tang door de groenten.

8. Serveer met de pinda’s. Je kunt extra limoensap of tafel zetten om over de mihoen te sprenkelen of de mihoen garneren met partjes limoen. Dat staat prachtig en smaakt lekker fris. Eet smakelijk!

Tips
Suikervrij: vervang de gembersaus door ca. 2 cm geschilde verse gember in plakjes. Vervang de bruine basterdsuiker door steviadruppels naar smaak of laat deze weg.

– Thaise mihoen/rijstvermicelli vind je bij de (Thaise) toko. Als je het niet kunt vinden, gebruik je gewoon mihoen die je bij de supermarkt koopt, al vind ik die minder lekker. Bij de bereiding kan je het weken eventueel overslaan en de mihoen meteen overgieten met kokend water en 3-4 minuten laten staan voordat je ze afgiet. Zelf vind ik het eindresultaat beter wanneer ik ze voorweek in koud water.

– Je kunt ook andere groenten gebruiken en bijvoorbeeld vers gesneden bosui over de mihoen strooien.

– Ook lekker bij deze mihoen zijn blokjes tofu, eventueel gemarineerd in bijvoorbeeld sojasaus en plakjes knoflook en dan knapperig gebakken in wat olie (pas op voor aanbranden van de knoflook).

– Als je de kool knapperig wilt houden, voeg je maar 100 ml water toe en verkort je de bereidingstijd tot de groenten op de gewenste gaarheid zijn.

– Thaise pepersnippers zijn te koop bij een (Thaise) toko, maar niet altijd gemakkelijk te vinden. Pul biber is de Turkse variant, gemakkelijk te vinden in Turkse winkeltjes. Heerlijk om over je gerechten te strooien als je van wat pit houdt.